Oorsprong

Carnaval, Karnaval, Fasching, Mardi Gras… Op veel plaatsen in Europa (o.a. Aalst, Keulen, München, Venetië) en elders in de wereld (o.a. Rio de Janeiro, New Orleans) wordt er elk jaar opnieuw op eigen wijze carnaval gevierd.  Het is één van de oudste volksfeesten (zo niet hét oudste?), dat je zowel bij de minst ontwikkelde als de meest hoogstaande volkeren aantrof. Onze primitieve voorouders, die zeer nauw met de natuur verbonden waren en er afhankelijk van waren, uitten zich al in dankfeesten om de oogst en in smeekfeesten om vruchtbaarheid en voedsel. Toen het christendom zich in onze gewesten verspreidde, werden deze heidense vieringen door de in machtig wordende katholieke kerk met een scheef oog bekeken.

 

Hoe is het feest, dat wij ‘carnaval’  noemen , hiermee in verband te brengen? De term werd van oudsher afgeleid van het Latijnse ‘carnem levare’: vaarwel aan het vlees. In die betekenis lijkt het carnaval zijn wortels te vinden in de christelijke traditie. Het is dan een  eetfestijn, omdat het de laatste kans is om nog eens goed te laten gaan vóór de vastentijd. Op vette dinsdag werd al het vet dat er in huis was opgemaakt, omdat het anders zou bederven.  Het heidense feest bestond echter al langer dan de christelijke traditie. De kerk verbood vele eeuwen lang dit heidense carnavalsgebeuren (een drinkgelag waarbij men in aftandse kleren rondliep en in vermommingen als vrouw of man’), omdat het in strijd zou zijn met de Bijbel. Toch bleef de drang om zich te verkleden en eens een goed uit de bol te gaan aanwezig. Toen de kerk besefte dat dit heidense gebruik niet uit te roeien was, werd carnaval stilaan gedoogd en werd het feest uiteindelijk gewoon in de christelijke kalender ingeschakeld.  Zo heeft de kerk het uiteindelijk gemakkelijker gevonden om het heidense carnaval om te zetten in een feest gekoppeld aan Pasen en de voorafgaande vastenperiode.

  

Niet alleen vanuit kerkelijke koek, maar ook vanwege de wereldlijke overheden ondervond het volksfeest veel tegenkanting. Zo kwam er bijvoorbeeld op het einde van de 19e eeuw in Gent vanuit het stadsbestuur felle weerstand tegen het carnavalsfeest. De socialistische voorman Edward Anseele ergerde zich blauw aan “de lolbroeken uit de beluiken en steegjes die elk jaar op signaal van de kalender hun mombakkes en kleurige kostuums bovenhalen.”  Die starre houding leidde uiteindelijk tot het verbieden en verdwijnen van het Gentse carnaval. Ook elders in de 19e en later in de 20e eeuw probeerden de gemeentelijke overheden door middel van verordeningen en reglementering vat te krijgen op het carnaval, “ten einde uitspattingen te voorkomen.”

  

Een andere mogelijke verklaring voor de term carnaval is het eveneens Latijnse ‘Carrus Navalis’, of scheepswagen. Dit zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip. Maar ook kan het betrekking hebben op het schip waarmee de god van de zee der Kelten en Germanen uit het Noorden kwam, om deel te nemen aan de winterfeesten.

  

De Romeinen vierden het feest van de Saturnaliën, dat veel kenmerken had van het hedendaagse carnaval, zoals drink- en eetgelagen, met een soort prins carnaval, vermommingen en optochten door de straten.

  

Nog een andere verklaring verbindt het carnavalsfeest met de vroegere narren- en ezelsfeesten. Leerlingen van de kloosterscholen mochten op de vooravond van grote kerkelijke feesten even de bloemetjes buitenzetten. Er werd een zottenpaus verkozen en – achterstevoren op een ezel gezet – door de stad gevoerd. De studenten zongen schunnige liederen en liepen er vaak gemaskerd bij rond

  

Op de echte carnavalsoptochten,  zoals wij die nu kennen, was het wachten tot na de Tweede Wereldoorlog. Vóór die tijd heerste het gemaskerd straatcarnaval. De oudste vermelding hiervan vinden we in de 16e eeuw in Tongeren, waar het vermommen verboden werd. Eveneens in Tongeren werd er in 1790 een proces ingespannen tegen een zekere Jan Timmermans van Corteshoven (Kortessem) omdat hij “‘masqueraat had gelopen in vrouw met syroop op gesicht en vervolgens gevochten had.”

 

In de 19e eeuw en tot een eindje in de 20ste eeuw trok men op vastenavond en halfvasten gemaskerd en verkleed van café naar café en ten slotte naar de balzaal. Deze vorm van carnaval vieren gaf regelmatig aanleiding tot vechten en ruzie maken. Vandaar dat de meeste Limburgse carnavalsgemeenten een reglement invoerden, waarbij de gemaskerden verplicht waren een identificatienummer op de borst te dragen en om middernacht de maskers af te nemen.

 

Sporadisch zijn er in Limburg ook toen wel al carnavalsstoeten uitgetrokken. Zo zijn er verwijzingen naar optochten in Tongeren (1871), Bree (1894), Uikhoven

  

Kort na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er in Limburg vrij vlug carnavalsverenigingen:  in1951 in Hasselt en in 1952 in Tongeren. Ze werden beïnvloed door het Rijnlandse Carnaval. Vooral door het Carnaval van Keulen.

Welke Rijnlandse tradities werden er overgenomen?

 

  • De carnavalsoptochten met praalwagens, georganiseerd en gemaakt door de carnavalsverenigingen
  • De Raad van Elf: een gezelschap van 11 mannen met een president aan het hoofd, die tijdens het carnaval de activiteiten organiseren en begeleiden. De naam verwijst naar het getal 11, het narren- of gekkengetal, dat een belangrijke rol speelt in het carnaval. Vanaf 11.11 is de Raad in de weer met de voorbereiding van feest, optocht, prinsenbal en jeugdcarnaval.
  • Prins Carnaval, de gekozen ceremoniemeester die tijdens de carnavalsdagen het feest leidt. Tijdens het carnaval wordt door de burgemeester met een vrolijke plechtigheid het bestuur van de stad overgedragen aan Prins Carnaval. Daarbij wordt de sleutel van de stad overhandigd. Van Prins Carnaval wordt verwacht dat hij geregeld een rondje geeft en van op zijn hoge praalwagen tijdens de stoet kilo’s snoep, fruit, bloemen en hebbedingetjes over de carnavalisten uitstrooit.
  • Kleuren: het Rijnlandse carnaval heeft drie officiële kleuren die overal terugkomen, namelijk rood, geel en groen.
  • De carnavalsgroet ‘alaaf’. Over de herkomst zeggen sommigen dat het een verbastering is van het woord elf (het gekkennummer, denk aan de Raad van Elf). Anderen zeggen dat alaaf afkomstig is uit het Oud-Keulse dialect ‘all af’, hetgeen zou betekenen ‘alles weg’ en verwijst naar de oorsprong van het carnaval, namelijk dat voor de vastentijd alle spijs en drank op moest.
  • Het betogen in het dialect. De persoon die dit doet, wordt een tonredenaar – in Nederlands-Limburg een buutredner – genoemd. In zijn cabaretesk betoog worden vaak actuele situaties en bekende personen uit de lokale politiek op de korrel genomen.
  • De oude-wijvenavond in het Maasland: tijdens oude wijven zijn de cafés en straten bevolkt door verklede vrouwen. Mannen die zich dan daar bevinden, lopen het risico vernederd en weggejaagd te worden.

 

Naast het Rijnlandse Carnaval is er nog een  Bourgondische variant die vooral in het noorden en westen van het Nederlandse Noord-Brabant en Zeeland gevierd wordt. In die gebieden veranderen steden tijdens het carnaval zelfs van naam, bijv. Breda wordt Kielegat, Tilburg Krabbegat.

In Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant kent men een meer anarchistisch straatcarnaval met Aalst als voorbeeld. De Aalsterse zondagsstoet hekelt elk jaar lokale, nationale of internationale thema’s. Losse groepen haken in op de actualiteit. De dinsdag is er een Voile Jeanettenstoet: in vrouwenkleren gestoken mannen met kinderkoets, kapotte paraplu en haring in een vogelkooi zijn dan de meester van de straat.

Carnaval in Loon

In Borgloon duikt pas in1927 voor de eerste maal een georganiseerde vorm van carnaval op wanneer de maatschappij  De Domino’s wordt opgericht. Volgens de stichtingsakte was het  “een onzijdige, onafhankelijke maatschappij , bereid om samen te werken met andere maatschappijen, deel te nemen aan hun feesten, en aan al wat kan ondernomen worden ten doel hebbende ’t vermaak en ’t voordeel onzer gemeente.” De vereniging werd opgericht door de heren Jean Cochoul, Florent Lismont, Albert Teuchies, Louis Teuchies en Jean Wijnants. In 1928 zetelden in het bestuur voorzitter A. Petry, schatbewaarder L. Teuchies, J. Ponet als eerste en L. Martens als tweede schrijver.

Enkele opmerkelijke statuten van De Domino’s:

  • Het lokaal is gevestigd bij L. Teuchies in de Kroonstraat
  • De stoet vindt plaats op de 2e zondag van Vastenavond en in geval van slecht weer of onvoorziene gebeurtenissen op den zondag van Halfvasten
  • De vlag bestaat uit wit en zwart in den vorm van een tekening

Er is hier dus sprake van een stoet. Tot op heden hebben we geen getuigen gevonden, die weet hebben van een optocht of stoet destijds. Trokken de Domino’s er misschien alleen op uit door de straten van Loon op de 2e zondag van Vastenavond ?

De laatste vermelding van een carnavalsviering met de Domino’s dateert uit 1937.

 

De naam Domino’s was overigens niet ongewoon voor een carnavalsvereniging. Hij is terug te vinden op tekeningen en in vermeldingen over de meeste van onze vroegere carnavals, tot ver terug in de 15e en 16e eeuw.  Domino’s waren zeer populaire vermommingen: mantels met een brede kap zoals de monniken ze droegen. Door de modegrillen werd deze kledij ruim verspreid en werd ze o.a. door de dames van het Franse hof als vermomming aangetrokken. De naam zou een afleiding zijn van een satirisch refrein bij het kruisen van een monnik, drager van deze mantel. Op een half schertsende toon zei men ‘Benedicamus domino’. Onder deze naam zijn ze nu nog altijd gekend in Venetië.

 Boek11

 

1963

Voor 1963 was al 26 jaar geleden dat er in Borgloon nog een carnavalsviering had plaatsgevonden. Er waren toen wel al carnavalsstoeten in Hasselt, Sint-Truiden en Tongeren. In Wellen – Overbroek was er op Vette Dinsdag een reclamestoet.

John Vanstraelen, mede-uitbater van een drukkerij, drukte voor deze stoet in Wellen een reclameboekje. Zo borrelde bij hem het idee op: “Waarom kan dit ook niet in Loon en waarom niet nog een stapje verder, met een echte stoet?” Hij besefte wel dat hij zo een grote taak niet alleen aankon en zocht en vond de steun van zijn broer Hugo en van zijn vrienden Jef Cordens, Valère Ramaekers en Guy Toppets. John woonde in die tijd op het marktplein en de eerste vergaderingen vonden dan ook plaats in het café Tribunaal, bij Edmond Marckelbach en Hortense Castro. ‘Bij Tenske’ werd het eerste carnavalslokaal.  Al vlug werd het duidelijk dat dit groepje jonge kerels nog wat steun van enkele oudere personen kon gebruiken. Daarop traden twee bekende Lonenaren toe: stadssecretaris Charles Pirard en autobusuitbater Pierre Dony. ‘De Raad van Zeven ‘ was geboren.

De plannen voor de viering kregen dan een vaste vorm. Eerst moest men een prins zoeken. John vond hem dicht bij huis, ook op het marktplein. Justin Dirickx toonde zich bereid om het eerste Loonse Carnaval te leiden. Dan was er de vraag op welke zondag er carnaval gevierd zou worden? Vastenavondzondag en -maandag waren al bezet door Tongeren en Sint-Truiden. Zou de daaropvolgende zondag niet de oplossing zijn? Maar dat was de eerste zondag van de vasten en dat kon nog gevoelig liggen bij de lokale geestelijkheid. Zo waren toen de tijden. Justin Dirickx had  evenwel een goede relatie met deken Guisson en slaagde erin hem om te praten. Zo was de weg vrij voor de eerste Loonse carnavalsstoet op zondag 3 maart 1963.

Johncropped

John Vanstraelen
Stichter carnaval Borgloon
Stichter Ridders van de ceuleman
Mede-stichter “Lieveke”

135

 

Waar men met een bang hart naar uitkeek, werd een grandioos succes. “Een reclamestoet met 135 deelnemers en een carnavalsoptocht met een twintigtal groepen, waaronder heel wat Loonse groepen (de Loonse Turnkring, de Loonse Kloppers, de Loonse Schippersfamilie en de heropgerichte Domino’s) trokken – onder een stralend zonnetje – voor een talrijk opgekomen publiek door de Loonse straten.”

Het feest der zotskap werd eigenlijk de zaterdagavond al ingezet toen de Raad van Zeven en prins Justin I in het stadhuis ontvangen werden door burgemeester Jozef Grommen en de gemeenteraadsleden.  Het was deze burgemeester die het volgende jaar voorstelde om de naam ‘Raad van Zeven’ om te vormen tot ‘Ridders van de Ceuleman’, waarbij hij verwees naar het bekende lekkere appeltje uit onze streek.

 

1963%20JUSTIN%201

Het feest der zotskap werd eigenlijk de zaterdagavond al ingezet toen de Raad van Zeven en prins Justin I in het stadhuis ontvangen werden door burgemeester Jozef Grommen en de gemeenteraadsleden.  Het was deze burgemeester die het volgende jaar voorstelde om de naam ‘Raad van Zeven’ om te vormen tot ‘Ridders van de Ceuleman’, waarbij hij verwees naar het bekende lekkere appeltje uit onze streek.

1963 werd de eerste van een lange rij carnavalsvieringen in Borgloon. Volgend jaar in 2012 zijn we aan onze 50ste editie toe. Een halve eeuw carnaval in Loon. Wie had dat ooit durven denken ?

 

Na 1963 ging het enkel in stijgende lijn met Loon Carnaval. In 1964 vond het eerste Prinsenbal plaats. Er waren toen 2 zalen in Borgloon, beide politiek gekleurd. Om de kerk in het midden te houden, liet men het lot beslissen over in welke zaal de 2e Loonse prins zou worden voorgesteld. Het werd de ‘Patria’ in de Kroonstraat. Daarna werd het zaal ‘Burgerwelzijn’. In 1967 verschenen de Dansmariekes ten tonele. In 1970 al werd de finale van de Europese Danskampioenschappen voor Dansmariekes door de Ridders van de Ceuleman georganiseerd. In 1968 werd voor het eerst een carnavalszitting in elkaar gebokst. Vanaf 1970 is er telkens een jeugdprins, die op zaterdag de Loonse jeugd door de straten van Loon leidt. Vanaf 1977 was er ook een prinsenpaar van de Derde leeftijd, daarmee is men in 1997 gestopt.

Elk jaar wordt er aan Carnavalissima , de liedjeswedstrijd van de Limburgse carnavalisten deelgenomen. Verscheidene keren keerden de Ridders van de Ceuleman met het winnende lied naar Loon terug en telkens mochten zij instaan voor de volgende editie van dit liedjesfestival.

De Ridders van de Ceuleman zijn niet meer weg te denken uit het Loonse cultuur- en ontspanningsleven. Bij talrijke andere evenementen waren en zijn ze aanwezig. Zij namen deel aan de vieringen van honderdjarigen en van Europees marathonkampioen Karel Lismont. Ze werkten mee aan de vroegere Loonse motorcross en steken elk jaar een handje toe bij de Stroopfeesten op Paasmaandag.

Internationale contacten :

 

De Drumknaauwers uit Gemert

 

Sinds 2000 onderhouden de Ridders van de Ceuleman nauwe banden met de “Drumknaauwers’ uit Gemert in Noordbrabant. Het Gemertse carnaval is ongeveer gelijktijdig met het Loonse carnaval begonnen. Zij vierden vorig jaar hun 50-jarig bestaan.

De Ridders van de Ceuleman, die op zoek waren naar contacten met buitenlandse carnavalverenigingen ontmoetten de Gemertse carnavalisten tijdens een internationaal optreden van de Loonse dansmariekes. Na die eerste contacten werd besloten tot een nauwere samenwerking, die nu al 11 jaren duurt. Elk jaar zijn er over-en- weerbezoeken, die de vriendschapsbanden nog steviger gesmeed hebben.

Waar hebben die Gemertse Drumknaauwers hun naam vandaan gehaald ?

Gemert was reeds in de 19e eeuw een gemeente met veel weverijen , waar men werkte met garens uit schapenwol en ook uit vlas (linnenweverijen). Gemert stond dan ook bekend om zijn textielproducten. De lonen in de weverijen waren evenwel laag, zodat er niet veel geld overbleef om een pakje pruimtabak te kopen. Daarom kauwden ze dan maar op een ‘drum’ : een bosje garen dat men tussen de lippen nam. Vandaar de naam de ‘ Drumknaauwers’

50 jaar ‘Ridders van de Ceuleman’

Omwille van ons 50 jarig bestaan, hebben wij een prachtig jubileum- boek uitgebracht.

Thumb50j

Veiling Borgloon en de Ridders van de Ceuleman

 

Als Lonenaren zijn wij zeer trots op de Veiling Borgloon, de tweede grootste fruitveiling van ons land en bekend om zijn kwaliteitsfruit onder het keurmerk Eburon.

Veiling Borgloon heeft altijd belangstelling voor het Loonse sociale leven getoond en zo ook jarenlang nauw samengewerkt met het Loonse Carnaval.  Veiling Borgloon stelde verscheidene keren zijn hallen ter beschikking van de Ridders van de Ceuleman voor de organisatie van hun Prinsenbal, waar heel wat prinsen op spectaculaire wijze ten tonele gevoerd zijn en tal van Vlaamse zangvedetten de avonden hebben opgeluisterd voor telkens een duizendkoppig publiek.

Maar de Loonse fruitveiling was ook het decor voor andere prestigieuze organisaties van de Ridders van de Ceuleman. Vrij vlug beschikten de Ceulemannen over een groep dansmariekes die de faam van het Loonse Carnaval in toernooien hoog hielden. Vaak werden onze dansmariekes Europees kampioen in garde- en showdansen.

De organisatie van deze kampioenschappen was voor de Ridders een droom en een uitdaging. Ze mochten regelmatig selectietoernooien voor het Europese Kampioenschap Dansmariekes organiseren.  Als kroon op het werk zelfs eenmaal ook een eindtornooi (finale) van dit kampioenschap in de hallen van de Veiling. Het werd telkens een grandioos feest met honderden dansmariekes uit tal van landen, die hun beste beentjes voorzetten in een wervelende show, met als bekroning de zo gegeerde titel.

Uit dank voor de grote steun van Veiling Borgloon, werden de Ridders van de Ceuleman, bij hun deelnames aan het carnaval elders, de ambassadeurs van het Loonse, Haspengouwse fruit.

Boek109

Fruithallen Derwael en de Ridders van de Ceuleman

 

De aanstelling van een nieuwe stadsprins gebeurt telkens tijdens het Prinsenbal, dat meestal plaatsvond op de eerste zaterdag na het nieuwjaarsweekend. Het decor van die aanstelling is in de vele jaren enkele keren gewijzigd. Karel Van Nijlen werd als prins voorgesteld  in de toenmalige zaal Patria, in de Kroonstraat. Vanaf 1965 tot 1971 was zaal Burgerwelzijn in de Stationsstraat de plaats van het gebeuren. Toen deze zaal uiteindelijk helemaal uit zijn voegen barstte van het volk, moest men op zoek naar een andere locatie. Prins Fernand I was de eerste in een lange rij van prinsen die in de hallen van Veiling Borgloon werd voorgesteld. Vanaf 1972 tot 1981 en van 1989 tot 1994 was de Veiling Borgloon de gastheer. In 1985 werd er wegens de barre

weersomstandigheden eventjes teruggekeerd naar zaal Burgerwelzijn.

Vanaf 1982 tot en met 1988 stelden de gebroeders Derwael hun fruithallen ter beschikking van het Loonse Carnaval, waarvoor we de familie Derwael nog altijd zeer dankbaar zijn. Het werden prachtige edities van het Prinsenbal. In 1987, bij de inhuldiging van Guy I, werd er zelfs een reuzenpodium in mekaar getimmerd, dat Montmartre met de Moulin Rouge voorstelde. Bart Kaëll zorgde er voor de ambiance en talrijke prominenten zoals minister van Cultuur Patrick Dewael, senator Lizette Croes, volksvertegenwoordigers Jaak Gabriëls en Louis Van Velthoven, gedeputeerde Jean-Marie Martin en kabinetschef Leo Wathion woonden de voorstelling van de 25ste stadsprins bij. Ook wanneer de Ridders van de Ceuleman bevriende carnavalsverenigingen uit binnen- en buitenland bezochten, mochten zij steeds een beroep doen op de gulheid van de familie Derwael , die steeds enkele met Loonse appelen en peren gevulde fruitkorven schonk om mee te nemen.

Vanaf 1995 werd de ogenschijnlijk definitieve stek voor het Prinsenbal gevonden: de gemeentelijke sporthal aan de St.-Rochuslaan.

Boek108

De Stoomstroopfabriek en de Ridders van de Ceuleman

 

Boek107a

 

In 2007 won de Loonse stoomstroopfabriek – de vroegere fabriek Wijnants-Groenendaels of in de volksmond  ’t Groot Panis – de Vlaamse Monumentenstrijd. Dit kon mede gebeuren dankzij een sterke mediacampagne met als peter Stijn Meuris én door de steun van heel Limburg. Uit dankbaarheid organiseerde het Loonse stadsbestuur op paasmaandag 2007 een overwinningsfeest, waarbij alle bezoekers gratis pannenkoeken  met Loonse stroop konden proeven.  Talrijke Loonse verenigingen droegen hun steentje bij, ook de Ridders van de Ceuleman. Zij verzorgden het buffet in de grote tent, de hele dag lang. Sinds 2007 worden de Stroopfeesten elk jaar op paasmaandag gevierd, en telkens weer zijn de Ridders van de Ceuleman present, achter de tapkast in de tent.

 

Boek107b

PRINSEN van LOON

 

 

Borgloon en zijn Ridders van de Ceuleman tellen tot op dit ogenblik- anno 2011- 49 prinsen. Het is interessant om even na te gaan wat de woonplaats van de prinsen was, op het ogenblik dat zij de scepter zwaaiden over Loon.

De as ‘Graethabeel’ telt 11 prinsen, de Tongersesteenweg  9 prinsen, de Stationsstraat 5, de Markt 4, de Wellenstraat 3, de Gulden Bodemlaan 2 en verder Graaf Lodewijkplein, Nieuwland, Vilsterbron en Weg naar Heks elk 1.

Enkele uit het centrum uitgeweken Lonenaren keerden eventjes terug om prins te worden:  2 uit Gotem, 2 uit Hoepertingen,1 uit Wellen en zelfs 1 uit Brussel.

Viermaal kwam er een prins uit een Loonse deelgemeente: 2 uit Hoepertingen, 1 uit Gotem, 1 uit Jesseren en 1 keer ging zelfs Vlijtingen met de prinseneer lopen.

 

Merkwaardig in de rij van prinsen is ook het aantal keren dat zowel vader als zoon en zelfs kleinzoon prins en/of jeugdprins waren:

  • John en Tony Vanstraelen
  • Willy, Luc en Gregory Derwael
  • Theophiel en Jos Koll
  • Marcel en Peter Schoenaerts
  • Jean en Paul Delwaide
  • Fernand en Johan Jamart
  • Johnny en Christophe Herck
  • Georgie Derwae, Gregory Derwael en Anthony Billen
  • Jos en Franky Lowette
  • Ludo, Jurgen en Dries Wathion
  • Willy en Bart Warnots
  • Jos en Joeri Schouben
  • Rudi en Cedric Vandermeeren
  • Benny en Jens Derwae
  • William en Daan Lenaerts
  • Piero en Massimo Umina
  • Koen, Niels en Tom Voets
  • David, Warre en Kobe Wouters

En dan waren er ook nog de broers Luc en Dirk Smets.